Nieuw licht op Tula en de slavenopstand van 1795

· - leestijd 1 minuut
Uitbeelding tijdens Tula's eerherstel in 2023 | Beeld: Dick Drayer
Uitbeelding tijdens Tula's eerherstel in 2023 | Beeld: Dick Drayer Uitbeelding tijdens Tula's eerherstel in 2023 | Beeld: Dick Drayer

WILLEMSTAD - De heruitgave van het boek 1795. De Slavenopstand op Curaçao werpt nieuw licht op de opstand, de arrestatie van Tula en de context waarin het koloniale bestuur functioneerde. In tegenstelling tot de oorspronkelijke druk uit 1974 bevat de nieuwe editie niet eerder gepubliceerde documenten, waaronder scheepsjournalen van twee oorlogsschepen. Deze bronnen bieden nieuwe details die van groot belang zijn voor historisch onderzoek.


Voor het eerst wordt gedetailleerd beschreven hoe Tula, leider van de opstand, op 19 september 1795 te paard werd binnengebracht in Willemstad. Volgens de journalen van de oorlogsschepen Medea en Ceres werd hij daar een uur lang als een soort trofee tentoongesteld aan de Otrobanda-zijde van de haven. Vervolgens werd hij met tromgeroffel via het pondje naar het Waaigat gebracht, langs de stadsmuur naar de poort bij de Breedestraat, en vandaar naar Fort Amsterdam. Deze informatie is afkomstig uit marinearchieven die eerder niet waren geraadpleegd.

Schepen buiten het gezag van de gouverneur
De oorlogsschepen Medea en Ceres speelden een actieve rol bij de onderdrukking van de opstand. Mariniers van beide schepen werden naar Bandabou gestuurd om het koloniale leger bij te staan. Wat deze journalen bijzonder maakt, is dat de bevelhebbers van de schepen — zeekapiteins Wierts en Kikkert — opereerden buiten het gezag van de gouverneur. Daardoor werden hun verslagen destijds niet opgenomen in het lokale archief, en kwamen ze pas nu aan het licht na gericht onderzoek in Nederlandse marinearchieven.

Ook de verslaglegging van Tula’s verhoren krijgt extra betekenis. Uit de bronnen blijkt dat Tula in eerste instantie verklaarde steun te hebben ontvangen van “fatsoenlijke blanken”. Deze uitspraak deed hij vóórdat martelmethoden werden toegepast. Na de zogenaamde “graden van pijniging” liet hij die verklaring achterwege. Raad Fiscaal Van Teylingen concludeerde daarop dat de oorspronkelijke bewering onwaar was. Het verschil in verklaringen werpt vragen op over de betrouwbaarheid van de verhoren en onderstreept het belang van kritisch bronnenonderzoek.

Pater Schinck
Een andere sleutelfiguur die in deze heruitgave scherper naar voren komt is pater Jacobus Schinck. Hij trad op als tussenpersoon namens de koloniale overheid en onderhandelde direct met de opstandelingen. Twee dagen na het uitbreken van de opstand werd hij ontboden bij de Raad van Politie en kreeg hij de opdracht om een generaal pardon aan te bieden in ruil voor capitulatie. Deze gesprekken maakten het mogelijk dat de stem van Tula indirect werd vastgelegd in officiële documenten. Schinck genoot al aanzien onder het volk omdat hij doopakten opstelde waarin hij de namen van beide ouders vermeldde, ondanks het verbod op huwelijken onder tot slaaf gemaakten.

De nieuwe editie geeft ook meer inzicht in de bestuurlijke chaos aan de vooravond van de opstand. De gouverneur was langdurig ziek, zijn eerste vervanger geschorst wegens wangedrag en de Raad Fiscaal tijdelijk uit functie gezet na klachten van burgers. De Raad van Politie, het hoogste bestuursorgaan, kampte met interne conflicten. In de notulen is te lezen hoe commissarissen elkaar openlijk bevochten. Ondertussen werkte het eiland nog steeds volgens de oude bestuursinstructies van de West-Indische Compagnie, zonder de moderniseringen die elders na de Franse Revolutie waren ingevoerd. Deze instabiliteit vormde de achtergrond waartegen de slavenopstand zich ontwikkelde.

De nieuwe bronnenuitgave biedt met deze aanvullingen een rijkere en meer gelaagde blik op een van de belangrijkste momenten uit de Curaçaose geschiedenis.


401 keer gelezen

Deel dit artikel: